ElaadNL zet open source in voor interoperabiliteit in huis

Vandaag was ik bij de eerste Residential Flexibility conferentie van ElaadNL in Arnhem. ElaadNL — bekend van hun testwerk rond slim laden van EV’s — breidt hun scope uit naar het hele huis: warmtepompen, thuisbatterijen, omvormers én laadpalen, aangestuurd door een Home Energy Management System (HEMS).

Eén taal voor alle apparaten

De kern van het project: vier protocollen zijn geselecteerd voor communicatie tussen HEMS en apparaten — S2, EEBus, Matter en OCPP. Daarnaast OpenADR voor de verbinding met de buitenwereld. Een bewuste keuze voor een beperkt aantal standaarden, zodat fabrikanten weten waar ze aan toe zijn en interoperabiliteit haalbaar wordt.

Wat mij het meest aanspreekt: ElaadNL laat voor al deze protocollen open source referentie-implementaties ontwikkelen, beschikbaar via GitHub. Dat is een enorme stap. Open standaarden bestaan al langer, maar zonder werkende code blijven het papieren tijgers. Door referentie-implementaties vrij beschikbaar te maken verlaagt ElaadNL de drempel voor fabrikanten om deze standaarden daadwerkelijk te adopteren.

Modbus: de realiteit van vandaag

Een nuance die ik waardeer: Modbus wordt niet genegeerd. Veel apparaten in de markt — waaronder bidirectionele laders — communiceren via Modbus. Het is niet toekomstbestendig qua beveiliging, maar het is de realiteit. ElaadNL werkt aan middleware-oplossingen die Modbus-apparaten veilig kunnen ontsluiten richting een HEMS via de nieuwere protocollen. Pragmatisch en realistisch.

Waarom dit ertoe doet

Als ontwikkelaar van V2G Liberty — een HEMS gericht op bidirectioneel laden — volg ik deze ontwikkelingen op de voet. Interoperabiliteit is geen luxe, het is een voorwaarde voor schaalbare huisflexibiliteit. Pas wanneer apparaten van verschillende fabrikanten betrouwbaar met elkaar kunnen communiceren, wordt de belofte van een slim energiesysteem in huis werkelijkheid.

Het feit dat dit initiatief wordt gedragen door de Nederlandse netbeheerders, met steun van het ministerie van Klimaat en Energie, geeft het extra gewicht. Dit is geen hobbyproject — dit is infrastructuur.

Ik kijk uit naar de volgende testevenementen in juni en oktober, en naar de open source code die beschikbaar komt.